Osiris Administraties Zoetermeer

Direct antwoord?
079 3600 580

boekhouding omzetbelasting vennootschapsbelasting jaarrekening loonheffing salarisadministratie in Zuid-Holland
Alphen a/d Rijn, Benthuizen, Lansingerland, Zoetermeer, Bodegraven, Boskoop, Stompwijk, Waddinxveen, Leidschendam, Moerkapelle, Wassenaar, Delft, Den Haag, Voorburg, Pijnacker, Voorschoten, Zoeterwoude.

Fiscale feiten

mei 21, 2013

Hier vind U een paar belangrijke fiscale feiten over het urencriterium, winstvrijstelling en oudedagreserve.

Hieronder vind U een paar belangrijke fiscale feiten:

  • Urencriterium
    Het urencriterium is van belang voor de:
    - Oudedagsreserve
    - Zelfstandigenaftrek
    Eisen hiervoor zijn:
    In een kalenderjaar minimaal 1225 uur besteden aan drijven van een onderneming waarbij:
    - Meer dan de helft van de voor winst uit onderneming, belastbaar loon, belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden beschikbare tijd aan de onderneming(en) wordt besteed, of
    - In 1 of meer van de 5 voorafgaande kalenderjaren geen sprake is geweest van ondernemerschap (startende ondernemer).
  • Winstvrijstelling voor mkb

    Onder de mkb-winstvrijstelling zijn IB-ondernemers over een bepaald percentage van de winst geen inkomstenbelasting verschuldigd. Deze vrijstelling is voor 2011: 12% (2010: 12%). Hierdoor is de belastingdruk in de hoogsteschijf (52%) uitkomen op 45,76% ((100% - 12%) × 52%).
    Verder wil het kabinet de zelfstandigenaftrek op lange termijn omzetten in de 
    mkb-winstvrijstelling – overgangsdatum is nog onbekend – en het urencriterium in de toekomst laten vervallen als voorwaarde bij toepassing van de mkb-winstvrijstelling.
  • Oudedagsreserve

    De ondernemer (per 1-1 <65 jaar) die aan het urencriterium voldoet, kan ten laste van de winst aan de oudedasreserve doteren.
    Deze dotatie bedraagt: 12% van de winst uit onderneming (= de winst voor de mutaties in de oudedagsreserve met een maximum van € 11.882 (2010: € 11.811). Op deze winst moeten correcties worden aangebracht voor pensioenpremies die ten laste van de winst zijn gekomen en voor winst waarop een regeling ter voorkoming van dubbele belasting van toepassing is.
  • BTW-aangifte straks eerder per kwartaal

    Het aantal keren per jaar dat U BTW-aangifte moet doen, is afhankelijk van het bedrag dat U per tijdvak moet afdragen. Momenteel mag U één keer per kwartaal aangifte doen als U onder de aangiftegrens van € 7.000 blijft. Daarboven moet U maandelijks BTW-aangifte doen. Het kabinet wil deze grens per 1 januari 2009 verhogen naar € 15.000. Hierdoor mogen vanaf volgend jaar naar schatting zo’n 45.000 ondernemers per kwartaal aangifte gaan doen, in plaats van één keer per maand.
    Met een kwartaalaangifte is de kans kleiner dat U BTW afdraagt over omzet die nog niet is ontvangen. Door deze maatregel zou de liquiditeit van het mkb dus kunnen verbeteren.
  • Hof van Justitie corrigeert Hoge Raad: geen btw over salaris DGA

    Het Europese Hof van Justitie (HvJ) heeft op 18 oktober in de zaak Van der Steen geoordeeld dat over het salaris van een directeur-grootaandeelhouder (DGA) geen btw is verschuldigd. Deze beslissing is baanbrekend omdat de Nederlandse Hoge Raad in 2002 juist oordeelde dat over het salaris wél btw is verschuldigd. Een belangrijk gevolg van het arrest is dat het voor de Nederlandse Belastingdienst moeilijker wordt om DGA’s in privé aansprakelijk te stellen voor bestaande btw-schulden van hun vennootschap. Daarnaast kan het arrest van het HvJ nadelig zijn voor DGA’s die btw hebben teruggevraagd op investeringsgoederen. 
    In de zaak Van der Steen (C-355/06) gaat het om een Nederlandse DGA die een arbeidsovereenkomst met zijn vennootschap had en daaruit loon genoot. Verder verrichtte de DGA geen activiteiten waarover hij btw verschuldigd zou kunnen zijn. De belastingdienst stelde zich, op basis van een arrest van de Hoge Raad van 26 april 2002 en een besluit van de staatssecretaris uit datzelfde jaar, op het standpunt dat de DGA ondernemer voor de heffing van btw was uit hoofde van de arbeidsovereenkomst met zijn vennootschap.
    Volgens het HvJ kan een DGA die enig aandeelhouder, bestuurder en personeelslid is van een vennootschap waarmee hij een arbeidsovereenkomst heeft, echter niet worden aangemerkt als ondernemer voor de heffing van btw. Vanwege de arbeidsovereenkomst met de vennootschap is er, aldus het HvJ, namelijk een verhouding van ondergeschiktheid zodat de DGA niet zelfstandig een economische activiteit verricht. Omdat geen sprake is van btw-ondernemerschap is ook geen btw verschuldigd over het salaris.
    De nu verworpen leer van de Hoge Raad leidde in 2002 tot grote ophef. Om de heffing van btw over het salaris te voorkomen vormden veel DGA’s een fiscale eenheid voor de btw met hun vennootschap. Daardoor ontstond echter wel aansprakelijkheid in privé voor de btw-schulden van de hele fiscale eenheid. DGA’s kunnen nu het standpunt innemen dat deze fiscale eenheid niet meer bestaat en dat de aansprakelijkheid voor btw-schulden is beëindigd of wellicht zelfs nooit heeft bestaan voor de DGA. Keerzijde van een beroep op het arrest is evenwel dat direct aan de DGA gefactureerde btw terzake van zakelijke kosten niet langer meer in aftrek kan worden gebracht. De uitspraak leidt ook tot onzekerheid in situaties waarin een DGA investeringsgoederen heeft aangeschaft waarbij hij de btw, op grond van zijn kwalificatie als btw-ondernemer, in aftrek heeft gebracht. Tot slot dient nog te worden opgemerkt dat wanneer een DGA reeds uit andere hoofde kwalificeert als btw-ondernemer dat ondernemerschap gewoon in stand blijft. Uitsluitend het berekenen van btw ten aanzien van het door de DGA genoten salaris zal dan komen te vervallen